platform voor public governance, audit & control

Onderdeel van: EICPC

eicpc logo

Artikelen


Fout, goed, beter


Laatste bijgewerkt op: dinsdag 9 maart 2021 om 08.17

18-01-2021

Fout, goed, beter

Door Harrie ter Braak

Roel Bekker informeert de lezer smakelijk op hoe het beter moet bij de overheid door een tiental cases vanuit meerdere perspectieven te bespreken. Mallory Compton en Paul ’t Hart laten aan de hand van vijftien cases, in een Engelstalig boek, zien wanneer en hoe de overheid het juist goed doet. Sander Heijne & Hendrik Noten bieden een nieuw perspectief op onze kijk op de economie. Het kan en moet beter, maar dat vraagt wel dat we afstappen van onze klassieke kijk op onze economie.

Roel Bekker, Dat had niet zo gemoeten! Fouten en falen van de overheid onder het vergrootglas, Boom bestuurskunde Den Haag, 2020, 400 blz., ISBN 978-94-6236-122-5

Roel Bekker neemt de lezer vanuit zijn eigen verknochtheid mee in het functioneren van de overheid. Hij boogt daarbij op een breed scala aan persoonlijke ervaringen als ambtenaar en is ook bij veel casuïstiek op de een of andere manier betrokken geweest en of heeft er een verantwoordelijkheid bij gehad. Zijn analyses laten niettemin een gepaste afstand en veel verschillende perspectieven zien. Dat maakt het boek ook door het taalgebruik zeer toegankelijk en zeer prettig, hoewel lang niet altijd even wetenschappelijk verantwoord, leesbaar. Hij trekt wel voortdurend, soms onopvallend, stevige conclusies. Dat maakt ook dat het boek onoverzichtelijk is in zijn conclusies. Hij maakt goed gebruik van (inter)nationaal relevante literatuur. Om te begrijpen hoe de overheid functioneert in al zijn complexiteit is het gewoon een erg mooi boek, niet typisch bestuurskundig, juridisch of financieel getint. Soms worden persoonlijke ervaringen afstandelijk als handig neergezet, zoals op het moment waarop hij beschrijft als SG persoonlijke brieven aan journalisten te schrijven als die grote fouten maken in de beschrijving van wat zijn departement deed. Aan te bevelen voor bestuurders, managers, controllers en adviseurs. 

De lezer wordt meegenomen in elf hoofdstukken en twee bijlagen (gebruikte casuïstiek en namen) waarbij het Voorlaatste hoofdstuk, ‘Het kan beter!’, inhoud geeft aan de aanbevelingen die hij heeft voor een betere overheid. Tien cases zijn dominant in het boek en worden na een inleidend hoofdstuk in het tweede hoofdstuk beschreven. In het volgende hoofdstuk legt hij uit waarom een thermometer bij de overheid niet werkt. Daarna volgt een hoofdstuk waarin Bekker uiteenzet wie ons laten weten dat het fout gaat en of is gegaan. In het vijfde hoofdstuk komen de onderzoekscommissies, parlementaire enquêtes, adviesraden en kennisinstituten aan de beurt en verhaalt hij wat zij te brengen hadden bij de eerder genoemde en andere cases.

Vervolgens beschrijft hij waarom naar zijn oordeel bepaalde problemen eigen zijn aan de overheid. Gevolgd door een hoofdstuk met problemen die voortvloeien uit de omvang van grote organisaties. Hij concentreert zich in zijn boek dus vooral op activiteiten en fouten bij de Rijksoverheid en haar instellingen. Hoewel deze in de besproken casuïstiek soms wel nauw gerelateerd zijn aan de activiteiten van andere overheden. Het onderscheid politiek versus ambtelijk en strategisch versus tactisch versus operationeel speelt een belangrijke rol bij de benadering van de casuïstiek. Op alle niveaus gaat er regelmatig wat fout. Tegelijkertijd geeft hij aan de er ook relatief veel goed gaat en de Nederlandse overheid het in vergelijking met andere overheden niettemin goed doet.

Dan volgt een hoofdstuk over waar de bananenschillen liggen. Vervolgens komt er een hoofdstuk, ‘Sorry’, dat ingaat op hoe wordt omgegaan met fouten bij de overheid. In alle eerdere hoofdstukken kregen die overigens ook al ruim aandacht. Politieke en ambtelijke (on)handigheid, kennis van zaken en timing spelen, althans naar het oordeel van Bekker een grote rol. Zijn aanbevelingen strekken ver en gaan zowel over het beter strategisch, tactisch en operationeel functioneren en aansturen van de overheid (politiek, bestuur en management) en haar opdracht/taakopvatting. Als over de inrichting van ons staatsbestel (w.o. Eerste en Tweede Kamer) als over de organisatie en arbeidsvoorwaarden van de Rijksdienst.

Mallory E. Compton, Paul ‘t Hart, Great Policy successes, Oxford University Press, Oxford, 2019, 353 blz., ISBN 978–0–19–884371–9

Waar Bekker zich concentreert op wat er mis is gegaan, hebben Compton en ‘t Hart hun focus op wat er goed is gegaan in hun boek dat ze met een keur aan (vierentwintig andere) auteurs in zestien hoofdstukken hebben samen gesteld. Het eerste hoofdstuk beschrijft hoe je ‘Great Policy Successes’ kunt ‘herkennen’ met een ‘Field Guide to Spotting Policy Successes in the Wild’. Dit boek is wel gebaseerd op een wetenschappelijke aanpak. In het eerste hoofdstuk worden de criteria uitgewerkt op basis waarvan de selectie op ‘succesvol zijn’, geconcretiseerd is. De focus van het boek is gericht op het leveren van een bijdrage aan de agenda voor onderwijs, onderzoek en een dialoog over het ontwikkelen van goed beleid.

Succes wordt bepaald door de mensen die het aangaat. Hun verhalen over wat er gebeurd is zijn bepalend en dat is niet altijd hetzelfde als wat de makers in gedachten hebben gehad. Maar anderen zullen ook duurzaam overtuigd moeten zijn van het succesvolle narratief en zo een plek moeten verwerven in een breed collectief geheugen. Daarmee moet het ook multidimensioneel en vanuit verschillende perspectieven een succesvol publiek beleid zijn. Het beleid moet een programmatisch resultaat realiseren op een manier waarop de oorspronkelijke doelen, opgaven zo u wilt, gerealiseerd worden en het programma daar zichtbaar waarde toevoegt.

Maar het moet ook politiek legitiem zijn en geschikt in de ogen van de relevante stakeholders en aanspreekbare fora. De relatie tussen het programmatisch resultaat en de politieke legitimiteit is niet één op één een gegeven. Populair beleid is niet per definitie effectief. De manier waarop beleid beoordeeld wordt ontwikkelt zich ook in de tijd, vanuit verschillende perspectieven en bewegende belangen van verschillende stakeholders. Het je baseren op feiten helpt niet noodzakelijkerwijze. Elkaar bestrijdende culturele en politieke frames en narratieven definiëren hun eigen “feiten”.

Alle cases worden uiteindelijk beoordeeld vanuit vier perspectieven: programmatisch, procesmatig, politiek en duurzaamheid. Succes is er pas als:

‘A policy is a complete success to the extent that (a) it demonstrably creates widely valued social outcomes; through (b) design, decision-making, and delivery pro- cesses that enhance both its problem-solving capacity and its political legitimacy; and (c) sustains this performance for a considerable period of time, even in the face of changing circumstances.’

De succesvolle cases worden beschreven met hun de sociale politieke en institutionele context, de uitdagingen, de politieke drijfveren en supportontwikkeling, het politieke proces, het besluitvormingsproces, het implementatie plan, de legitimiteit, de ontwikkelingen in de tijd en de verwachtte duurzaamheid inclusief de daarbij te verwachten problemen. 

Sander Heijne & Hendrik Noten, Fantoomgroei, Waarom we steeds harder werken voor steeds minder, Uitgeverij Atlas Contact, Amsterdam/Antwerpen, 315 blz., ISBN 978 90 470 1325 9

Dit boek is een zoektocht naar een nieuw verhaal voor de economie en sluit aan op de economische literatuur waarin welzijn centraal staat in plaats van geld. Want populisten mogen dan geen steekhoudende plannen hebben om de reële sociaaleconomische problemen waar miljoenen gewone mensen mee kampen de baas te worden, de traditionele middenpartijen hebben dat verhaal vooralsnog evenmin. Zij hebben een samenleving gecreëerd waarin de economische vooruitgang van de afgelopen decennia voor het gros van de werkenden toch bovenal fantoomgroei is gebleken. Niet tastbaar, en onzichtbaar. 

Heijne en Noten zijn in 2018 begonnen aan een ontdekkingsreis die heeft geresulteerd in dit boek. Maar zelfs na twee jaar onderzoeken en schrijven, staan ze, naar eigen zeggen nog maar aan het begin van hun missie. Ze kennen nu de verhalen die ons fantoomgroei hebben gebracht, en ze geven een voorzet over hoe een nieuwe wereld eruit kan zien. Maar daarmee begint het avontuur pas. Zij hebben niet het vermogen om de wereld vanachter hun schrijftafels te veranderen. Daar gaat de samenleving zelf over. Maar zij kunnen onze politici, denkers, ondernemers, werknemers, studenten, scholieren en vrijwilligers wel aanmoedigen om betere keuzes te maken. En dat blijven ze doen, in gesprekken en debatten, in hun podcast, online en wanneer dat weer kan in zaaltjes in het land. 

In negen drie delen en hoofdstukken wordt de lezer meegenomen in hun denken over economie in de alledaagse praktijk van Nederland van met name de afgelopen eeuw, maar af en toe ook door belangrijke economische theorieën de revue te laten passeren. In het eerste deel ‘fantoomgroei’ wordt duidelijk dat wat echt van waarde is lang niet altijd wordt herkent in de economie van alle dag in de wereld en Nederland. Ze vervolgen met ‘De stille revolutie’ waarin ze aangeven dat als er één moment is voor onze generatie(s) om het roer om te gooien, dan is het nu. De coronacrisis toont ons meer dan ooit hoe absurd de wereld tegenwoordig in elkaar zit. Ze sluiten af met het nieuwe verhaal en de pioniers op het prachtige Deense eiland Samsø die meer (wind)energie produceren dan ze nodig hebben en een footprint van minus 12 ton.

Heijne en Noten geloven niet dat het kapitalisme kapot is. Het is het kompas van het kapitalisme dat ernstig is ontregeld. Het gaat om vooruitgang en niet om groei. Al met al een lekker leesbaar boek zonder wetenschappelijke pretenties, maar met de feiten goed op orde. Met een andere kijk op hoe de hoofdrolspelers in Nederland zijn om gegaan met onze economie.

Gepubliceerd op: maandag 18 januari 2021
Laatste bijgewerkt op: dinsdag 9 maart 2021 om 08.17

TPC op

Linkedin

Sluit je aan bij de TPC Linked In-groep, neem deel aan discussies en ontmoet vakgenoten.

Naar Linked In