platform voor public governance, audit & control
  • Home
  • >
  • Nieuws
  • >
  • Fikse weerstand tegen vorming landsdelen

TPC op

Linkedin

Sluit je aan bij de TPC Linked In-groep, neem deel aan discussies en ontmoet vakgenoten.

Naar Linked In

Onderdeel van: EICPC

eicpc logo

Nieuws


Fikse weerstand tegen vorming landsdelen


Door: Binnenlands Bestuur
Laatste bijgewerkt op: donderdag 19 december 2019 om 16.50

Diverse Commissarissen van de Koningin (CvK’s) trekken in hun nieuwjaarstoespraken fel van leer tegen de kabinetsplannen rondom de vorming van vijf landsdelen. Enkelen zetten bij voorbaat hun hakken in het zand, anderen snakken naar inhoudelijke argumenten voor deze rigoureuze opschaling. Verantwoordelijk minister Ronald Plasterk (Binnenlandse Zaken, PvdA) kan zijn borst natmaken.

Vechten voor zelfstandigheid
De Flevolandse CvK Leen Verbeek wil vechten voor zelfstandigheid. Samen met de provincies Utrecht en Noord-Holland moet Flevoland als eerste per 2015 opgaan in het eerste van de vijf landsdelen. Verbeek stelt dat de spanning die de provincie Noord-Holland heeft met de stadsregio ‘een probleem is dat niet op rekening van Flevoland mag worden opgelost.’ In zijn optiek biedt de reeds bestaande Noordvleugel-samenwerking voldoende perspectief. ‘Het kabinet zal dus met een beter verhaal moeten komen over een eventuele herindeling willen wij in Flevoland een meerwaarde daarin erkennen’, aldus Verbeek.

Andere varianten
Zijn Utrechtse collega Roel Robbertsen mist een gedegen argumentatie voor de vorming van het beoogde landsdeel. Hij vindt bovendien dat ook naar andere varianten moet worden gekeken. ‘De minister gaat uit van een lijnenspel. Van één megaprovincie die moet gaan passen in een groter geheel gebaseerd op inwonersaantallen. Niet op inhoud.’

Referendum
Het steekt hem dat er nauwelijks ruimte is en komt voor een politie debat, terwijl ‘juist dat politieke debat essentieel is in een democratie.’ Robbertsen wil een ‘zorgvuldig proces met voldoende tijd om ook onze inwoners te kunnen betrekken. Een referendum zou zich daar goed voor kunnen lenen.’

Maat en schaal zijn prima
De provincies Brabant en Limburg zien helemaal niets in het afschaffen van provincies en de vorming van landsdelen. ‘We laten ons niet opdelen’, stelde de Brabantse CvK Wim van de Donk onlangs klip en klaar op de nieuwjaarsbijeenkomst van de Kamer van Koophandel in Tilburg. Vandaag houdt hij zijn nieuwjaarstoespraak in het provinciehuis. ‘Maat en schaal van onze provincie en van de meeste gemeenten is prima op orde.’

Tegen blauwdrukbenadering
Evenals Robbertsen stelt Van de Donk geen behoefte te hebben aan de ‘blauwdrukbenadering van de bestuurlijke indeling van Nederland’. ‘Er lijkt een soort tekentafel logica te worden toegepast bij de geforceerde vorming van landsdelen die tot verdere opdeling van Brabant kan leiden. Dat laten we niet gebeuren. Met Brabant als sterk merk verdedigen wij niet een bestuurslaag, maar een idee.’

Meer dan territoriale eenheid
De Limburgse gouverneur Theo Bovens windt er evenmin doekjes omheen. Ook in zijn ogen ontbreekt het in de plannen aan een goede onderbouwing. Samenvoeging van Flevoland, Utrecht en Noord-Holland is voor die drie provincies misschien een goed idee, ‘maar is het daarmee ook een goed idee voor de rest van het land?’ Het is hem onduidelijk welke problemen worden opgelost en wat de winst is van vijf landsdelen. ‘Een provincie kan zoveel meer zijn dan een pure administratieve territoriale eenheid.’

Over landsgrenzen heen kijken
‘Den Haag’ moet erkennen en respecteren dat Limburg over de eigen en vooral ook de nationale grenzen kijkt. Daar ligt volgens Bovens een ‘unieke’ meerwaarde die, zo mag uit de woorden van de gouverneur worden opgemaakt, teniet wordt gedaan als Den Haag de binnenlandse grenzen sterker wil gaan trekken.

Niet morrelen
‘Bezint eer ge begint’ is de boodschap van de Gelderse CvK Clemens Cornielje aan Plasterk. Cornielje vindt ‘Nederland zonder de provincies Gelderland, Brabant, Limburg, Friesland en Zeeland onvoorstelbaar. Gelderland ligt aan de basis van dit land. Daar moet je niet aan gaan morrelen.’ Met samenwerken kom je volgens hem ook een heel eind, of mogelijk zelfs verder. ‘We blijven nauw samenwerken met Overijssel en blijven buurten met alle buren, in het bijzonder met Utrecht en Noord-Brabant.’

Differentiatie
De Zuid-Hollandse en Drentse CvK’s Jan Franssen en Jacques Tichelaar zijn de enige twee vreemde eenden in de bijt in de rij van provinciale criticasters. Tichelaar pleit in zijn nieuwjaarstoespraak – voor het derde jaar op rij – voor een fikse opschaling van gemeenten en provincies, maar tekent daarbij wel aan dat de opschaling in één keer goed moet gebeuren. ‘Houd geen gemeenten in stand die geen bestaansrecht meer hebben en houd geen landsdelen in stand die amper meer een functie hebben’, aldus Tichelaar. Ook vindt hij dat er differentiatie moet worden toegepast, gekoppeld aan de economische en geografische situatie. Hij vindt overigens dat bij de opschaling de provincies zelf aan zet zijn, niet ‘Den Haag’.

Landsdeel Zuidwest-Nederland
Wat de Zuid-Hollandse CvK Jan Franssen betreft, heeft het Huis van Thorbecke fundamenteler onderhoud nodig dan de aanpassingen die het kabinet nu voor ogen heeft. Franssen vindt dat er een zware commissie in het leven moet worden geroepen, die met voorstellen moet komen over ‘een bestuurlijke organisatie die zowel het burgerschap als het bestuur nieuwe bedding geeft.’

Hij vindt dat het kabinet ook met de billen bloot moet over de plannen voor de overige negen provincies. ‘We zijn meer dan een buur van het nieuwe landsdeel. Zuid-Holland ligt in het hart van de Randstad en wil een sterke economische regio zijn.’ Franssen herhaalde zijn pleidooi voor een landsdeel Zuidwest Nederland.

Gepubliceerd op: donderdag 10 januari 2013 om 11.07
Laatste bijgewerkt op: donderdag 19 december 2019 om 16.50


Nieuws

Pijnpunten bij de controle van jeugdzorgorganisaties

woensdag 8 januari 2020 om 08.40
De accountantskosten van jeugdzorgorganisaties zijn veel hoger dan die van andere zorgorganisaties. Richard Knops, zelf tekenend accountant bij een grote jeugdzorginstelling, legt de toetsingscriteria van de geldverstrekkers (gemeenten en zorgverzekeraars) naast die van kwaliteitsbeoordelaars voor accountantskantoren en laat zien waar de pijnpunten zitten.
Lees verder op accountant.nl »