slogan: PLATFORM VOOR PUBLIC GOVERNANCE, AUDIT & CONTROL

Naleving van governance bepalingen bij Nederlandse rijksgesubsidieerde hbo-instellingen (3)

Naleving van governance bepalingen bij Nederlandse rijksgesubsidieerde hbo-instellingen (3)

30 januari 2013 om 12:33 door M. Keerssemeeckers en H. Kuijl 0 reacties

Voldoet de huidige governance-praktijk van de Nederlandse rijksgesubsidieerde hbo-instellingen aan de eisen, voorschriften en best practice bepalingen van ‘good’ governance? Onderzoek van de jaarverslagen 2002 tot en met 2005 tracht op deze vraag een antwoord te

Voldoet de huidige governance-praktijk van de Nederlandse rijksgesubsidieerde hbo-instellingen aan de eisen, voorschriften en best practice bepalingen van ‘good’ governance? Onderzoek van de jaarverslagen 2002 tot en met 2005 tracht op deze vraag een antwoord te geven. In dit derde deel van deze artikelenreeks zal per deelonderwerp worden ingegaan op opvallende onderzoeksresultaten.

In deel twee van deze artikelenreeks over ‘good educational governance’ bij hogescholen is stilgestaan bij de scores over de gehele onderzoeksperiode en de scores die de hogescholen (verder: de instellingen) op de verschillende deelonderwerpen hebben behaald. Aan het einde van het vorige artikel is schematisch weergegeven welk deelonderwerp beter scoort. Hieruit kwam naar voren dat deelonderwerp II (Raad van Bestuur) in elke sector de laagste score heeft. Deelonderwerp I (Algemeen) en deelonderwerp IV (Prestaties van de onderwijsinstellingen) wisselen elkaar af als onderwerp met de hoogste score. In dit derde deel van de artikelenreeks zal per deelonderwerp worden ingegaan op opvallende onderzoeksresultaten. Mogelijke verklaringen voor de scores per deelonderwerp en een uitwerking van de relevante vragen volgen hieronder. Ter verduidelijking dient nog vermeld te worden dat de gemiddelde scores verkregen zijn door gebruik te maken van niet afgeronde onderzoeksgegevens.

Jaar 2002 2003 2004 2005 2002-2005 Absolute stijging Stijging t.o.v. 2002
Score (punten) 1,66 1,64 1,96 2,11 1,85 0,45  
Score (%) 33,11% 32,72% 39,27% 42,19% 36,99% 9,07% 27,40%

Tabel 1. Deelonderwerp I - 'Algemeen'

Jaar 2002 2003 2004 2005 2002-2005 Absolute stijging Stijging t.o.v. 2002
Score (punten) 1,28 1,34 1,42 1,65 1,43 0,37
Score (%) 25,61% 26,71% 28,43% 32,95% 28,59% 7,33% 28,63%

Tabel 2. Deelonderwerp II - 'College van bestuur'

Deelonderwerp I ‘Algemeen’

Deelonderwerp I geeft een beschrijving van de hoofdlijnen van de governancestructuur en de substantiële veranderingen hierin.

Dit is het deelonderwerp met de hoogste score. Zowel de gemiddelde score (36,99%) als de score in het laatste jaar van de onderzoeksperiode (42,19%) zijn het hoogst van alle deelonderwerpen. De absolute en relatieve stijging van respectievelijk 9,07% en 27,40% zijn echter niet het hoogst. Dit komt doordat dit deelonderwerp over de gehele onderzoeksperiode bezien in vergelijking met de overige deelonderwerpen een relatief hoge score behaalt. Op sectorniveau is de gemiddelde score het hoogst bij de multisectorale instellingen, namelijk 38,27%. De hoogste stijging wordt gerealiseerd door de sector hotel, die een absolute stijging laat zien van 15,96% en een relatieve stijging van 55,50%. De laagste gemiddelde score (31,91%) is behaald door de agrarische sector.

Governancestructuur
Opgemerkt kan worden dat ten aanzien van het weergeven van de governancestructuur van de instellingen en/of wijzigingen daarin een goede stijging valt waar te nemen. In 2002 wordt nog slechts door enkele instellingen iets beschreven, terwijl in 2005 op zeven instellingen na een redelijk tot goed beeld wordt geschetst van de governancestructuur. Deze verbetering is voornamelijk behaald in de laatste twee jaren van de onderzoeksperiode. Als positief voorbeeld kan het jaarverslag van HS Avans 2005 worden genoemd, dat op de vraag ten aanzien van de governancestructuur de hoogste individuele score behaalt. In dit jaarverslag worden in een aparte paragraaf alle relevante onderwerpen uitgebreid behandeld. Daarmee wordt een goed beeld geschetst van de governancestructuur van deze instelling.

Bestuursstructuur
Instellingen hebben effectief toezicht nodig. Vanuit deze optiek is het sterk aan te bevelen om te werken met een College van Bestuur en daarnaast een Raad van Toezicht. In 2002 waren er vijf instellingen zonder Raad van Toezicht, terwijl er in 2005 nog één instelling is die niet werkt volgens dit model.

Financieel en personeelsbeleid
Op de deelvragen die betrekking hebben op informatieverstrekking over het personeelsbeleid is over het algemeen redelijk tot goed gescoord. Dit is deels te verklaren doordat het informatie betreft die binnen een instelling reeds voorhanden is. De relatief hoge scores op deze deelvragen leiden tot de hoge positionering van deelonderwerp I. Saxion en Avans hebben op de deelvraag ten aanzien van informatieverschaffing over het financieel beleid de maximale score behaald. In het onderzoek is ook specifiek gekeken of de instellingen een klokkenluidersbeleid hebben. Dit is niet het geval. Wel wordt bij enkele instellingen in het jaarverslag gesproken over een ombudsman.

Deelonderwerp II ‘College van Bestuur’

Deelonderwerp II laat over de gehele onderzoeksperiode de laagste score zien van alle deelonderwerpen. De relatieve verbetering van de verslaggeving met 28,63% is niet spectaculair, zeker gezien de lage absolute scores op dit deelonderwerp. Op sectorniveau scoren de multisectorale instellingen, de sector kunsten en de sector hotel nagenoeg gelijk, namelijk tussen de 29% en 30%. Met een score van rond de 25% behalen de sectoren lerarenopleiding en agrarisch een beduidend lager gemiddelde. De sector hotel laat de sterkste relatieve stijging zien (49,26%). Omdat slechts twee instellingen deel uitmaken van deze sector geeft dit een vertekend beeld. De multisectorale instellingen laten na de sector hotel de beste relatieve verbetering zien met een score van 32,59%.

Taken en verantwoordelijkheden
Bij een deel van de onderzochte instellingen bestaat de waarneembare bijdrage van het College van Bestuur in het jaarverslag uit alleen een voorwoord. Het komt gedurende de onderzoeksperiode steeds vaker voor dat het College een uitvoerig verslag opneemt over de ontwikkelingen gedurende het boekjaar en de wijze waarop zij haar taken vormgegeven heeft. Bij een aantal instellingen is een verklaring opgenomen waarin het College van Bestuur stelt dat alle relevante informatie in het kader van de accountantsverklaring is verstrekt aan de instellingsaccountant. Verder verklaart het College niet betrokken te zijn geweest bij onregelmatigheden in de bedrijfsvoering.

Samenstelling
Ten aanzien van de samenstelling van het College van Bestuur valt op dat op twee instellingen na alle instellingen melding maken van de personalia van de bestuursleden. Verder is zeer opmerkelijk dat het merendeel van de instellingen geen enkel inzicht biedt in de nevenfuncties van leden van het College van Bestuur. Slechts zeven instellingen maken melding van nevenfuncties, waarvan vijf multisectorale instellingen (Fontys, HAN, HS Zeeland, HS Zuyd en Saxion), één instelling uit de sector kunsten (CODARTS) en één uit de sector hotel (NHTV Breda).

Remuneratie
Nagenoeg tweederde van de instellingen geeft aan het einde van de onderzoeksperiode inzicht in de hoogte van de bestuursbeloningen. In de helft van de gevallen wordt bij de vermelding een onderscheid gemaakt tussen een vast en een variabel deel van de beloning. Hierbij moet wel worden opgemerkt dat in enkele gevallen de bezoldiging van het bestuur als geheel is weergegeven. Dit is een verbetering ten opzichte van het beginjaar, waarin negen instellingen melding maken van de beloning. Geen van deze instellingen maakt een onderscheid tussen een vast en variabel deel.

Jaar 2002 2003 2004 2005 2002-2005 Absolute stijging Stijging t.o.v. 2002
Score (punten) 1,58 1,69 1,70 1,90 1,72 0,32
Score (%) 31,57% 33,79% 34,06% 38,04% 34,49% 6,47% 20,36%

Tabel 3. Deelonderwerp III - 'Raad van Toezicht'

Jaar 2002 2003 2004 2005 2002-2005 Absolute stijging Stijging t.o.v. 2002
Score (punten) 1,62 1,63 1,94 2,09 1,83 0,48
Score (%) 32,36% 32,63% 38,80% 41,88% 36,60% 9,53% 29,44%

Tabel 4. Deelonderwerp IV - 'Prestaties van de onderwijsinstelling'

Deelonderwerp III ‘Raad van Toezicht’

Deelonderwerp III is terug te vinden als derde in de rangschikking zoals die in tabel 6 van aflevering 2 is weergegeven, met een gemiddelde score van 34,49%. De multisectorale instellingen (37,02%) en de sector hotel (39,05%) scoren gemiddeld hoger op dit deelonderwerp dan de instellingen uit de overige sectoren. In het jaar 2005 behalen de instellingen een score van 38,04%. De multisectorale instellingen behalen de grootste absolute (9,03%) en relatieve (27,15%) stijging. Dit resulteert in 2005 in een score van 42,27%. De sector hotel scoort met 44,01% het hoogst in 2005. Opvallend is dat de sector lerarenopleiding een absolute stijging van 6,88% en een relatieve stijging van 26,29% laat zien, maar dat zij met 33,04% in 2005 nog steeds onder het gemiddelde voor dat jaar scoort. De kunsteninstellingen boeken geen verbeteringen en blijven steken op 32,5%. De instellingen uit de agrarische sector scoren met 26,63% gemiddeld het laagst.

Taken en verantwoordelijkheden
De taken en bevoegdheden van de Raad van Toezicht worden in het algemeen vrij duidelijk omschreven. Het verslag van de Raad van Toezicht van vijf instellingen bevat in 2005 geen vermelding van de scheiding tussen de werkzaamheden van het College van Bestuur en de Raad van Toezicht.
Opvallend is dat het merendeel van de instellingen in het jaarverslag geen melding maakt van het bestaan van subcommissies of de samenstelling en werkzaamheden daarvan.

Samenstelling
De samenstelling van de Raad van Toezicht wordt in het jaarverslag voldoende toegelicht, evenals de uitgevoerde werkzaamheden en de frequentie van vergaderen.
Slechts bij twee instellingen wordt er geen informatie verstrekt.
Over de nevenfuncties van de leden van de Raad van Toezicht kan worden opgemerkt dat deze beter worden vermeld dan bij de leden van het College van Bestuur. Een derde van de onderzochte instellingen geeft geen informatie over nevenfuncties. Er is een drietal instellingen dat op dit punt de maximale score behaalt, te weten Fontys, HS Utrecht en HS Zuyd.

Remuneratie
Evenals bij het College van Bestuur wordt in 2005 in ongeveer tweederde van de gevallen melding gemaakt van de bezoldiging van de leden van de Raad van Toezicht.
Slechts in vier gevallen wordt een uitwerking van de bezoldiging gegeven met een vast en een variabel deel.

Deelonderwerp IV ‘Prestaties van de onderwijsinstelling’

Deelonderwerp IV is op de tweede plek gerangschikt met een gemiddelde score over de gehele onderzoeksperiode van 36,60%. De sector lerarenopleiding en de sector agrarisch scoren wederom onder het gemiddelde, met scores van 33% en 34,86%. Opnieuw laat de sector hotel de hoogste absolute (17%) en relatieve stijging (56,67%) zien, met daarbij de kanttekening dat van deze sector maar een beperkt aantal onderzoeksgegevens beschikbaar is. De sector kunsten laat ook een goede verbetering zien met een absolute stijging 13,60% en een relatieve stijging van 42,50%.

Instroom en uitstroom
In het onderzoek is aandacht besteed aan de weergave van de instroom en uitstroom van studenten. Instellingen houden dergelijke informatie over het algemeen goed bij en publiceren deze in het jaarverslag. In 2002 zijn er slechts twee instellingen die geen gegevens over het aantal ingestroomde studenten publiceren. In 2005 vermelden alle instellingen, in meer of mindere mate, de instroomcijfers. Bij de gegevens over de uitstroom ligt dit iets anders. Deze gegevens worden in 2005 door één op de zeven instellingen niet gepubliceerd. Dit is bevreemdend aangezien het informatie betreft die voor de instelling makkelijk te verkrijgen is en er tevens over het rendement van de onderwijsinstelling te weinig verantwoording wordt afgelegd.

Ook ten aanzien van de vragen over uitval met adequate motivatie valt op dat de verstrekte informatie nog niet aan de normen voldoet. Wel is er over de onderzoeksjaren een verbetering zichtbaar in de mate en kwaliteit van vermelding. Terwijl in 2002 bij tien onderzochte instellingen geen gegevens beschikbaar zijn over uitvallers met daarbij een adequate motivatie is dit aantal in 2005 gehalveerd. Opvallend is dat instellingen informatie over dit punt niet consequent weergeven. Het ene jaar worden gegevens over uitvallers wel gepubliceerd en het andere jaar niet. Dit is op zijn minst opmerkelijk, zeker gezien het onderzoek van de Commissie-Schutte dat was gericht op een correcte weergave van het aantal uitvallers. Over effectiviteit van studenten op de arbeidsmarkt wordt in de jaarverslagen niet veel informatie gegeven. Uit de gegevens van 2005 blijkt dat slechts negen instellingen op deze vraag een 3 of hoger scoren.

Kwaliteit
Onder de kop kwaliteit is gekeken naar de informatieverstrekking van instellingen over accreditatie van onderwijs. Hoewel aan het begin van de onderzoeksperiode nog niet alle instellingen hiervan melding maakte, kan gezegd worden dat in 2005 alle instellingen melding maken van de accreditatie van onderwijs. Het zijn vooral de multisectorale instellingen die dit redelijk documenteren met een gemiddelde score van 3 op deze deelvraag.

Jaar 2002 2003 2004 2005 2002-2005 Absolute stijging Stijging t.o.v. 2002
Score (punten) 1,34 1,37 1,75 1,91 1,60 0,57
Score (%) 26,72% 27,35% 35,05% 37,94% 31,98% 11,22% 41,99%

Tabel 5. Deelonderwerp V - 'Samenwerkingsverbanden'

Deelonderwerp V ‘Samenwerkingsverbanden’

In het onderzoek vinden we dit deelonderwerp terug op een vierde plek. Met een gemiddelde score van 31,98% scoort dit deelonderwerp nog altijd onder het algemeen gemiddelde. Hoewel dit deelonderwerp niet goed scoort, laat het wel de grootste relatieve stijging van alle deelonderwerpen zien. Ten opzichte van 2002 zijn de scores met 42,76% verbeterd. Dit is beduidend meer dan de relatieve stijging die de andere deelonderwerpen laten noteren. De sector lerarenopleiding en agrarisch scoren onder het gemiddelde. Hierbij moet opgemerkt worden dat de sector hotel de grootste absolute (23,33%) en relatieve stijging (116,67%) laat zien. Deze verbetering zorgt ervoor dat de sector in 2005 met 43,33% de hoogste score behaalt. Op de voet gevolgd door de sector kunsten met 43,14%. Deze hoge score is ook het gevolg van een flinke verbetering, een relatieve stijging van 75,92%. De hoogste gemiddelde score (33,30%) wordt wederom behaald door de multisectorale instellingen. De verbetering van de scores op dit deelonderwerp zijn waarschijnlijk mede het gevolg van het onderzoek van de Commissie-Schutte.

Private activiteiten en verbonden partijen
In het onderzoek is aandacht besteed aan de weergave van de private activiteiten waar de instellingen bij betrokken zijn. In 2002 vermelden vijftien van de onderzochte instellingen niets over de private activiteiten. Uit de gegevens over het jaar 2005 blijkt dat nagenoeg alle instellingen al dan niet uitvoerig in hun jaarverslag aandacht besteden aan dit onderwerp. Een onderwerp dat hier min of meer mee samenhangt is dat van de aan de instelling verbonden partijen. Onderzocht is of er melding wordt gemaakt van verbonden partijen en welk bedrag hiermee gemoeid is. Ongeveer 40% van de instellingen geeft geen inzicht welke partijen aan de instelling verbonden zijn. Van de instellingen die wel aangeven welke partijen aan de instelling verbonden zijn, geeft zo’n 17% niet aan om welke bedragen het gaat.

Uitwisselovereenkomsten en maatwerktrajecten
Uit de onderzochte informatie blijkt dat slechts een beperkt aantal instellingen melding maakt van uitwisselovereenkomsten. In 2002 geven tweeëntwintig instellingen geen informatie over uitwisselovereenkomsten. In 2005 is dit aantal tot zes teruggelopen. Hoewel uitwisselovereenkomsten in het jaarverslag genoemd worden, is niet altijd even duidelijk om hoeveel studenten het gaat. Met name in het laatste jaar van de onderzoeksperiode valt een goede verbetering in de kwaliteit van de informatie waar te nemen. De multisectorale en kunsteninstellingen laten op dit onderwerp de beste scores zien, waarbij twee multisectorale instellingen zelfs de hoogste score behalen. Instellingen met maatwerktrajecten ontwikkelen een op maat gesneden opleiding voor een externe organisatie of onderneming. Hiervan dient melding gemaakt te worden in het jaarverslag. In 2002 geven slechts drie instellingen aan dat er maatwerktrajecten worden aangeboden. In 2005 zijn dit er achttien waarbij gezegd moet worden dat ook op dit punt de kwaliteit van de informatie in de loop der tijd verbeterd is.

Tot slot van dit derde deel drukken wij hier de scores per sector op de verschillende deelonderwerpen af. In het volgende en tevens laatste deel zal onder andere aandacht worden besteed aan de ‘best practices’ die gelden ten aanzien van governance voor hbo-instellingen.

I Algemeen              
Jaar 2002 2003 2004 2005 2002-2005 Absolute stijging Stijging t.o.v. 2002
Score (punten) 1,76 1,70 2,02 2,17 1,91 0,41
Score (%) 35,10% 34,09% 40,41% 43,38% 38,27% 8,28% 23,59%
II College van Bestuur              
Jaar 2002 2003 2004 2005 2002-2005 Absolute stijging Stijging t.o.v. 2002
Score (punten) 1,33 1,36 1,47 1,76 1,48 0,43  
Score (%) 26,57% 27,15% 29,31% 35,23% 29,66% 8,66% 32,59%
III Raad van Toezicht              
Jaar 2002 2003 2004 2005 2002-2005 Absolute stijging Stijging t.o.v. 2002
Score (punten) 1,66 1,76 1,86 2,11 1,85 0,45  
Score (%) 33,25 35,11% 37,12% 42,27% 37,02% 9,03% 27,15%
IV Prestaties van de onderwijsinstelling              
Jaar 2002 2003 2004 2005 2002-2005 Absolute stijging Stijging t.o.v. 2002
Score (punten) 1,66 1,65 1,93 2,13 1,84 0,46  
Score (%) 33,29% 32,95% 38,59% 42,53% 36,89% 9,23% 27,73%
V Samenwerkings-
verbanden
             
Jaar 2002 2003 2004 2005 2002-2005 Absolute stijging Stijging t.o.v. 2002
Score (punten) 1,39 1,45 1,87 1,97 1,67 0,58  
Score (%) 27,74% 28,95% 37,37% 39,00% 33,30% 11,26% 40,59%

Tabel 6. Multisectoriaal

I Algemeen
Jaar 2002 2003 2004 2005 2002-2005 Absolute stijging Stijging t.o.v. 2002
Score (punten) 1,54 1,75 1,95 2,02 1,84 0,48
Score (%) 30,83% 35,00% 38,94% 40,37% 36,73% 9,53% 30,92%
II College van Bestuur
Jaar 2002 2003 2004 2005 2002-2005 Absolute stijging Stijging t.o.v. 2002
Score (punten) 1,13 1,20 1,36 1,36 1,28 0,23
Score (%) 22,67% 24,00% 27,13% 27,17% 25,50% 4,50% 19,85%
III Raad van Toezicht
Jaar 2002 2003 2004 2005 2002-2005 Absolute stijging Stijging t.o.v. 2002
Score (punten) 1,31 1,41 1,42 1,65 1,45 0,34
Score (%) 26,16% 28,24% 28,33% 33,04% 29,07% 6,88% 26,29%
IV Prestaties van de onderwijsinstelling
Jaar 2002 2003 2004 2005 2002-2005 Absolute stijging Stijging t.o.v. 2002
Score (punten) 1,43 1,60 1,7 1,80 1,65 0,37
Score (%) 28,67% 32,00% 34,00% 36,00% 33,00% 7,33% 25,58%
V Samenwerkings-
verbanden
Jaar 2002 2003 2004 2005 2002-2005 Absolute stijging Stijging t.o.v. 2002
Score (punten) 1,21 1,30 1,33 1,39 1,31 0,18
Score (%) 24,13% 25,95% 26,67% 27,74% 26,27% 3,61% 14,97%

Tabel 7. Lerarenopleiding

I Algemeen
Jaar 2002 2003 2004 2005 2002-2005 Absolute stijging Stijging t.o.v. 2002
Score (punten) 1,53 1,69 1,89 2,03 1,80 0,50
Score (%) 30,63% 33,79% 37,79% 40,68% 36,08% 10,05% 32,82%
II College van Bestuur
Jaar 2002 2003 2004 2005 2002-2005 Absolute stijging Stijging t.o.v. 2002
Score (punten) 1,35 1,41 1,43 1,61 1,45 0,27
Score (%) 26,96% 28,11% 28,52% 32,28% 29,05% 5,32% 19,73%
III Raad van Toezicht
Jaar 2002 2003 2004 2005 2002-2005 Absolute stijging Stijging t.o.v. 2002
Score (punten) 1,63 1,68 1,57 1,63 1,63
Score (%) 32,60% 33,70% 31,41% 32,57% 32,51% -0,03% -0,08%
IV Prestaties van de onderwijsinstelling
Jaar 2002 2003 2004 2005 2002-2005 Absolute stijging Stijging t.o.v. 2002
Score (punten) 1,60 1,68 2,08 2,28 1,94 0,68
Score (%) 32,00% 33,60% 41,67% 45,60% 38,70% 13,60% 42,50%
V Samenwerkings-
verbanden
Jaar 2002 2003 2004 2005 2002-2005 Absolute stijging Stijging t.o.v. 2002
Score (punten) 1,23 1,18 1,75 2,16 1,60 0,93
Score (%) 24,52% 23,62% 34,92% 43,14% 32,07% 18,62% 75,92%

Tabel 8. Kunst

I Algemeen
Jaar 2002 2003 2004 2005 2002-2005 Absolute stijging Stijging t.o.v. 2002
Score (punten) 1,44 1,66 1,88 2,24 1,85 0,80  
Score (%) 28,75% 33,13% 37,50% 44,71% 36,99% 15,96% 55,50%
II College van Bestuur
Jaar 2002 2003 2004 2005 2002-2005 Absolute stijging Stijging t.o.v. 2002
Score (punten) 1,21 1,32 1,38 1,81 1,48 0,60  
Score (%) 24,29% 26,43% 27,50% 36,25% 29,52% 11,96% 49,26%
III Raad van Toezicht
Jaar 2002 2003 2004 2005 2002-2005 Absolute stijging Stijging t.o.v. 2002
Score (punten) 1,90 1,98 1,59 2,20 1,97 0,30  
Score (%) 38,10% 39,52% 31,82% 44,01% 39,50% 5,92% 15,53%
IV Prestaties van de onderwijsinstelling
Jaar 2002 2003 2004 2005 2002-2005 Absolute stijging Stijging t.o.v. 2002
Score (punten) 1,50 1,45 2,10 2,35 1,87 0,85  
Score (%) 30,00% 29,00% 42,00% 47,00% 37,33% 17,00% 56,67%
V Samenwerkings-
verbanden
Jaar 2002 2003 2004 2005 2002-2005 Absolute stijging Stijging t.o.v. 2002
Score (punten) 1,00 1,25 1,86 2,17 1,62 1,17  
Score (%) 20,00% 23,33% 37,14% 43,33% 31,75% 23,22% 116,67%

Tabel 9. Hotel

I Algemeen
Jaar 2002 2003 2004 2005 2002-2005 Absolute stijging Stijging t.o.v. 2002
Score (punten) 1,44 1,20 1,83 1,95 1,60 0,50  
Score (%) 28,90% 23,55% 36,67% 38,97% 31,91% 10,07% 34,86%
II College van Bestuur
Jaar 2002 2003 2004 2005 2002-2005 Absolute stijging Stijging t.o.v. 2002
Score (punten) 1,09 1,22 1,24 1,35 1,23 0,26  
Score (%) 21,78% 24,33% 24,89% 27,06% 24,68% 5,28% 24,27%
III Raad van Toezicht
Jaar 2002 2003 2004 2005 2002-2005 Absolute stijging Stijging t.o.v. 2002
Score (punten) 1,23 1,36 1,38 1,31 1,32 0,09  
Score (%) 24,51% 27,49% 27,63% 26,62% 26,63% 2,11% 7,14%
IV Prestaties van de onderwijsinstelling
Jaar 2002 2003 2004 2005 2002-2005 Absolute stijging Stijging t.o.v. 2002
Score (punten) 1,60 1,60 1,90 1,88 1,74 0,28  
Score (%) 32,00% 32,00% 38,00% 37,50% 34,86% 5,50% 17,18%
V Samenwerkings-
verbanden
Jaar 2002 2003 2004 2005 2002-2005 Absolute stijging Stijging t.o.v. 2002
Score (punten) 1,44 1,36 1,49 1,70 1,50 0,26  
Score (%) 28,73% 27,14% 29,84% 33,93% 30,00% 5,20% 18,09%

Tabel 10. Agrarisch

Drs. M. Keerssemeeckers is verbonden aan de Accountantsdienst van het ABP.
Prof. dr. J.G. Kuijl RA is hoogleraar Bedrijfseconomie aan de Universiteit Leiden. De auteurs hebben deze artikelenreeks op persoonlijke titel geschreven.

Sluiten